
Micro-avonturen
mei 30, 2026Dinsdag 19 mei - Breda
‘s Ochtends vroeg met de opkomende zon op het gezicht al kilometers malen, een ontbijtje aan het water, onderweg af en toe zwemmen in een meertje, bij zonsondergang de 200 kilometer aantikken, en daarna nog een prachtig kampeerplekje vinden voor een korte nacht. En dat dagen aan een stuk. In mijn hoofd romantiseer ik de hele uitdaging van Mother North. Natuurlijk hoort er wat afzien bij, er zal zadelpijn zijn en vermoeidheid, maar die pijn voel ik niet als ik naar de aftermovie van de editie van vorig jaar kijk.
Op een novemberdag krijg ik een berichtje met een foto van Wim. Check! staat er onder de foto op de inschrijving van Mother North 2026. Zijn fietsvrienden reageren alvast zo:
“Hé Wim, toch niet te veel bier op??? Dit is serious shit! Heb je je wel goed ingelezen? Dit is een ultra gravel race!
“Wim, weet je waar je aan begint? Dit is een race waar ze dag en nacht doorfietsen!”
Mother North is inderdaad geen gewone tocht. Het is een gravel race van 1.100 kilometer met 18.000 hoogtemeters. Er is een tijdslimiet van 6 dagen en het is volledig self supported. De deelnemers bepalen zelf hoeveel ze fietsen per dag, waar ze slapen en eten. Er zijn geen bevoorradingsposten en niemand mag een deelnemer opwachten langs de route om eten te geven. Het is iedereen voor zich, maar allemaal met hetzelfde doel: uitrijden. In 2025 wilde ik al meedoen, maar de race begon een week voor onze bruiloft, dus dat plan ging niet door, al zag Zoë het wel zitten als ik al fietsend op onze trouwerij aankwam. Op de bruiloft vertelde ik Wim over de race en zei: “Dat zouden we volgend jaar samen moeten doen.” Wim is een van de weinige vrienden die gek genoeg zijn om zoiets te doen. Ooit kreeg ik hem zo ver om de Elfstedentocht op de Weissensee te schaatsen. Maar dit is nog gekker, dus Wim's berichtje komt als een grote verrassing. Enthousiast laat ik het aan Zoë zien en zeg: “Ik ga hem samen met Wim fietsen!”. Er is geen haar op haar hoofd dat eraan denkt om mee te doen. 80 kilometer per dag is meer dan genoeg voor Zoë. Ze vindt het helemaal gek dat ik hier zin in heb, maar steunt mij wel 200%.
Lang geleden, voor onze wereldreis, fietsten we een keer van Rotterdam naar Neerpelt. Zoë herinnert zich vooral dat ik zei “nog 5 bruggen” toen we op het laatste stuk langs het kanaal reden. Ze kon geen houding meer vinden op haar zadel en iedere meter was te veel. De vijf bruggen duurden eindeloos. We fietsten die dag 170 kilometer en hebben nooit meer gedaan tijdens onze hele wereldreis. Tijdens Mother North moet ik gemiddeld meer dan 200 kilometer per dag fietsen, over gravel met heel veel hoogtemeters. “Weet je wel waar je aan begonnen bent?” vroegen Wim zijn vrienden terecht.
Naar huis op de fiets
De reis is de training, zeggen we altijd. Maar voor Mother North is het avontuur te kort om alles onderweg te leren. Er is niet zoveel ruimte om fouten te maken en die aan te passen. Bijna alles is nieuw voor mij: zo’n lange afstanden, minimale bagage en een lichte gravel bike. Ik wil vooral ook genieten van de uitdaging en niet alleen maar afzien. Ik heb een serieuze trainingstocht nodig om alles te testen.
In mei gaan we weer op bezoek in Nederland en België. In het begin van het jaar zei ik al voorzichtig dat ik misschien met de fiets terug naar Noorwegen rij. “O leuk, hebben we daar tijd voor?” vroeg Zoë enthousiast, totdat ze doorhad wat ik bedoelde. Ik wilde in een paar dagen tijd naar huis fietsen, met een nieuwe fiets die ik in Nederland zou kopen. Als ik mijn plan tegen Wim vertel, bedenkt hij al een plan om een stuk mee te fietsen. Twee gekken op een stokje.
“Ik ga in vier en een halve dag naar Kopenhagen fietsen, daar de ferry naar Oslo en dan het laatste stuk naar huis,” vertel ik aan Zoë.
“Je bent gek!” zegt ze.
Het wordt een perfect trainingsrondje. 1.200 kilometer in zes dagen, maar met minder hoogtemeters. Zo kan ik alles testen en voelen. Hoe is het om zo ver te fietsen, zo lang op het zadel te zitten? Hoe gaat dat met mijn handen, rug en kont? Ik kan exact de setup gebruiken waarmee ik Mother North wil fietsen. Hoeveel heb ik nodig om volledig zelfvoorzienend te zijn en toch een minimum aan comfort te hebben? Het is vooral een mentale test. Vind ik het werkelijk leuk? Of is het romantische plaatje slechts een droom?
Dinsdagochtend kan ik mijn nieuwe fiets ophalen. Vrijdagochtend vertrek ik naar Noorwegen. In een kartonnen doos zitten de nieuwe fietstassen. Een grote plastic zak is gevuld met de spullen die mee moeten. Ik puzzel met de tassen en merk al meteen hoe weinig plaats er is met deze setup. Ik voel een frustratie opborrelen. Wat is er mis met onze normale fietstassen, vraag ik me af. Die kan ik gewoon volstouwen met alles wat ik wil. Waarom moet het weer anders?
Uiteindelijk heeft alles een plekje, maar er is nauwelijks plaats om wat eten mee te nemen. Ik hou niet van schaarste. Het idee van te weinig eten te hebben onderweg geeft mij stress. We zijn gewend tijdens onze reizen om eten voor een paar dagen mee te hebben en hebben altijd meer dan genoeg. Daar zal ik nu aan moeten wennen. Het voordeel is dat ik zoveel kilometers per dag doe dat ik overal wel eten tegenkom. Ik fiets een klein proefrondje van een paar kilometer, merk dat de tassen best stabiel zitten, pas nog wat kleine dingetjes aan en voel mij klaar genoeg. Vanaf vrijdag heb ik 1.000 kilometer om alles grondig te testen.








