Het perfecte trainingsrondje

Cube Nuroad Pro
Geen gewone tocht
mei 31, 2026
Cube Nuroad Pro
Geen gewone tocht
mei 31, 2026
 


Vrijdag 22 mei - Lieshout

Vrijdagochtend om 8 uur staat Wim al klaar op het kruispunt in Lieshout. Hij sliep een nachtje in een b&b, ik sliep samen met Zoë in de tent bij haar zus in de tuin. We bekijken even elkaars setup. Wim fietst wel met 2 grote achtertassen. Praktisch, maar minder aerodynamisch. We hebben bijna dezelfde fiets. Die van Wim is volledig van carbon, de mijne van aluminium. Het scheelt 2 kilogram, maar mijn fiets voelt al superlicht in vergelijking met onze fiets in Noorwegen. Die is 22 kilogram zonder bagage, deze fiets 11,5 kg.
We hebben geen specifiek doel voor vandaag, maar 200 kilometer zou wel mooi zijn vandaag. Dan zijn we rond de Nederlandse grens bij Enschede. Met een gemiddelde van 20 kilometer per uur, worden dat 10 effectieve uren op de fiets, en nog een paar extra inclusief de pauzes. Vóór acht uur vanavond zitten we nog niet naast onze tent. We klikken in de klikpedalen, drukken de gps op start en zijn weg.

Na een dikke 50 kilometer nemen we een eerste pauze. ‘4 blokjes van 50 zou mooi zijn vandaag,’ zegt Wim. Hij haalt een flesje chocomelk uit zijn fietstas, een krentenbol en een mars. Deze ochtend zei Zoë nog: “je moet mij beloven dat je goed gaat eten onderweg.” Ze weet dat ik vaak te weinig eet als ik zulke dingen doe, zeker als het warm is. Ze voorspellen vandaag 28 graden, en de komende dagen nog warmer. Ik pad een muffin uit mijn voortasje en stuur een fotootje naar Zoë. Het eerste blokje van 50 ging heel erg makkelijk, maar het idee dat we er nog 3 moeten doen, vind Wim ook veel.

“100 kilometer is leuk, bij 150 ben ik er klaar mee, en alles erboven is niet meer leuk,” zegt hij alvast bemoedigend. Ik moet even lachen.

“Waar zijn we aan begonnen Wim!”

We fietsen over kleine gravelpaadjes door de velden, stukken langs het water, door gezellige dorpjes en over zandpaden door het bos. Wat is Nederland toch mooi en afwisselend. Blokje 2 en 3 vliegen ook voorbij en plots hebben we 150 kilometer op de teller. Dit was leuk, maar nu beginnen we alles te voelen. Verrassend genoeg hebben we beiden het meest last van onze voeten. Ze klemmen in de schoenen. Blokje 4 halen we niet in één keer. Al na 20 kilometer stoppen we om even de schoenen uit te doen en ons hele lijf te strekken. Niet veel later voelen we dat de tank bijna leeg is. We ploffen neer op het terras van snackbar Backhuus in Glanderburg, op 1 kilometer van de Duitse grens.

“Lang tochtje vandaag?” vraagt een oudere man op het terras “Hoeveel hebben jullie gedaan, 50-60 kilometer?”

“Olivier kijkt even op de gps. 185 hebben we er nu.”

De man valt bijna van zijn stoel. “Volgende week ga ik 120 kilometer doen, op de scooter, en dat vind ik al een prestatie,” lacht hij.

Intussen heeft Wim al een beker ijs en een grote milkshake besteld en zit lang uitgestrekt in de terrasstoel. Met iedere slok milkshake stroomt de energie terug binnen. “Ik ben nog niet klaar hier,” lacht hij. We bestellen friet en zoeken op de kaart naar een camping. We willen graag de 200 aantikken en vinden een camping over de grens op zo’n 20 kilometer van de snackbar. Wim belt even. De receptie sluit om 20u, maar als we uiterlijk om 20u30 daar zijn, mogen we nog komen. En geen minuut later, zei de vrouw streng. Na de ijsjes en frieten, en de lange pauze voor onze voeten, voelen we ons herboren. De 20 kilometer vliegen voorbij en om 20u10 komen we aan op de camping. Bier hebben ze helaas niet, maar wel een douche en grasveldje voor onze tent. Ik zet mijn tarp en pruts met de juiste opstelling. Ik voel weer een irritatie. Waarom heb ik niet gewoon een tent bij?

‘s Ochtends vroeg zijn we voor 6 uur de tent uit, maar we hebben duidelijk nog geen ochtendroutine. Inpakken, ontbijten, tanden poetsen, nog eens naar het toilet, het duurt allemaal lang. Pas na half acht stappen we op de fiets. Wim fietst terug naar huis en heeft 240 te doen naar Spijkenisse, ik evenveel richting het oosten.

“Tot in Noorwegen,” zegt Wim en we gaan ieder onze eigen weg.

De eerste meters alleen voelen nog wat onwennig. Geen Wim achter of voor mij. Alleen de gps die af en toe links of rechts zegt. Het eerste blokje fiets ik veel langer door dan nodig, bijna 70 kilometer. Ik kom bij op het bankje van een kerk en wil minimaal nog 3 blokken van 50 kilometer doen vandaag. Ik voel dat ik geen honger heb en het water in mijn drinkbus is niet fris genoeg om de dorst te lessen. Mijn kont doet nog wat pijn van gisteren en mijn voeten voel ik nu al. Het wordt een lange dag.

Net voorbij de 100 kilometer fiets ik voorbij een huis. Mijn drinkflessen zijn leeg en ik zie een familie buiten. Ik draai de oprit op en vraag in mijn beste Duits of hij mijn water kan vullen.

“Kom zitten,” gebaart de man en hij wijst naar het trapje aan de voordeur.

Ik zie er vast vermoeid uit. Zo voel ik me toch in de hitte. Hij vult mijn flessen met koud water en vraagt of ik misschien een appel of een banaan lust. Uit beleefdheid ben ik geneigd nee te zeggen, maar toch zeg ik: “een appel zou nu wel heel erg lekker zijn.” Ik krijg twee appels en een zakje met kleine perziken. De man vraagt een paar keer of ik Ardarcaci ken? “Ja, die ultraloper,” zegt hij, “die doet ook zulke gekke dingen.” Hij roept zijn zoontje die de Instagram pagina laat zien, en vanaf nu ook mijn tocht volgt. Een beetje uitgerust fiets ik verder en geniet van een appel die nog nooit zo goed smaakte. Werkelijk een appel voor de dorst.

De komende twee dagen zijn de supermarkten dicht omwille van Pinksteren. Ik stop bij de laatste Lidl die ik tegenkom en koop zoveel mogelijk eten dat het net in mijn tassen past. Het is niet genoeg voor 2 dagen dus morgenavond wordt het doner of pizza, en hopelijk is er ergens een bakker open. Rond half 9 vind ik een perfect plekje aan een rivier. 232 kilometer staat er op de gps, ik ben behoorlijk gaar, maar het bad in de rivier doet wonderen. Ik zet mijn tarp op, eet een zakje kant-en-klare koude pasta en een paar stukjes chocolade. Vandaag heb ik veel te weinig gegeten, maar ik heb geen trek meer. Ik lig uitgestrekt op mijn luchtbedje, een bever zwemt aan de overkant. Het is 10 uur als ik mijn slaapzak over mij heen leg, nog wat stories online zet en mijn wekker om 5u45 zet. Ik vak als een blok in slaap.

Zondag zit ik om kwart over 6 op de fiets. Bij het ontbijt heb ik al 55 kilometer gedaan. Dit is de routine die we ook in Noorwegen nodig zullen hebben. Opstaan, inpakken, een banaantje, 50 kilometer fietsen en dan ontbijten. Het heeft een dag geduurd om helemaal in mijn ritme te komen, maar vandaag voel ik mij fris en op het gemak. Ik zoef lange stukken langs het kanaal, over mooie gravelwegen door het bos, over fietspaden langs drukkere wegen en dwars door kleine dorpjes. Het landschap is wat eentoniger dan in Nederland, maar de kilometers vliegen voorbij. Als er een bakker of cafeetje open is, stop ik voor een snelle koffiekoek of een ijsje. Waterflessen bijvullen en weer doorgaan. Als ik eindelijk mijn benen kan strekken op het grasveldje bij een kerk, roept mijn horloge na een kwartier dat het tijd is om door te gaan. Het leven is niet meer dan fietsen, eten, fietsen, slapen en weer doorgaan. Het is veel meer fietsen dan ik had gedacht en veel minder pauzes en genieten onderweg. ‘s Avonds heb ik totaal geen puf meer om eten klaar te maken, en zelfs een korte stop bij de supermarkt neemt veel tijd in beslag. Mijn gemiddelde is nu nog 21-22 kilometer per uur, maar in Noorwegen wordt dat een heel pak lager. Dat betekent minder slaap en nog kortere pauzes. Wims vrienden hadden toch gelijk. “Wim, weet je waar je aan begint? Dit is een race waar ze dag en nacht doorfietsen!” Het is gewoon bikkelhard en vooral met veel voldoening achteraf.

 

Dinsdagochtend heb ik nog 120 kilometer te gaan tot Kopenhagen. De voorbije dagen waren gemiddeld 220 kilometer per dag dus vandaag is maar een halve dag. Ik neem meer pauzes dan normaal, maar ook mijn lichaam lijkt veel meer pijn te doen dan de voorbije dagen. Mijn kont heeft schuurplekken van al het zweten, mijn voeten doen nog evenveel pijn, mijn handen hebben drukpunten en mijn schouders steken van de pijn. Alleen mijn benen voelen niks. Die zijn in vorm en trappen ongestoord door, met of tegen de wind, bergop of door het zand. Met een paar aanpassingen aan mijn fiets en uitrusting kan ik misschien de grootste ongemakken wegnemen en dan ga ik misschien zelfs kunnen genieten tijdens Mother North.

Ruim op tijd fiets ik Kopenhagen binnen. Ik stop even bij mevrouw de zeemeermin en koop veel te veel eten in de supermarkt. Met een volle boodschappentas rol ik de buik van de ferry binnen. De eerste 1.000 kilometer zitten erop. Ik douche het zweet eraf en spoel mijn fietskleding uit. In mijn slippers en frisse kleding plof ik op een stoel op het dek. Zomermuziek knalt uit de boxen, de zon schijnt heerlijk. Ik trek een biertje open, leg mijn voeten op de stoel naast mij en ben verbaasd over hoe snel ik ben opgeknapt. Fietsen, eten, fietsen en slapen. Wat is het leven eenvoudig toch. Mijn horloge zat voorin mijn fietstas, mijn laptop heb ik geen seconde gemist, aan werk heb ik niet gedacht, en ik heb uren gedagdroomd over nieuwe avonturen met Zoë en Zorrita. Laat maar komen Mother North.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Volg onze avonturen // Follow our adventures

Onze nieuwste verhalen en avonturen wil je niet missen! Laat je email achter en ontvang zo'n vier keer per jaar onze nieuwsbrief!

You don't want to miss our latest stories and adventures! Leave your email and you'll get our newsletter about 4 times in a year!

 

Gelukt! Je krijgt binnenkort de eerste nieuwsbrief in jouw mail! // Success! You will receive the first newsletter in your email shortly!