parallax background

Dwars door Jutland

Fietsen in Mexico
augustus 15, 2020
ski adventure with pulk
La Route Blanche
september 1, 2020
 

Zondag 12 juli - Ravning station


Onze routeplanning is nog nooit zo vrij geweest. In vergelijking met Zuid-Amerika is fietsen of skaten in Europa kinderspel. Er zijn honderden routes waaruit we kunnen kiezen en bijna iedere dag kunnen we verschillende dorpjes passeren met een winkel. Ons idee was de Jutland fietsroute te volgen. Jutland is het deel van Denemarken dat aan Duitsland vast zit. Het is veruit het grootste deel van Denemarken met als grote steden Aalborg en Aarhus. Kopenhagen ligt helemaal in het oosten op het eiland Sæland dat zeer dicht bevolkt is. Jutland bestaat voornamelijk uit kleine dorpjes met veel landbouw en een golvend landschap. De eerste dag verlaten we de Jutlandroute al als blijkt dat tien kilometer over een zandpad gaat. Dat is bijzonder moeilijk met skates, zeker als het zand zacht is. Bovendien zijn er andere factoren die onze route de andere richting opsturen.

We kamperen een nacht op één van de duizend gratis vrijkampeerplaatsen. Het ligt naast een oud treinstation dat nu slechts een museum is. Het treinspoor is een fietspad en een populaire wandelroute van west naar oost. Een Deens stel komt ’s avonds aan in een kleine witte bestelbus. De volgende ochtend zien we dat de bus nog steeds op de parking staat en de twee dames zitten aan een klein tafeltje voor de auto. De kleine hond heeft ons al lang gezien en waarschuwt ons vanop vijftig meter. Eén van de vrouwen ziet ons op de roller ski’s staan en komt naar ons toe. Ze wonen zelf in het noordwesten van Jutland, op het kleine eiland Mors. “Gaan jullie naar Mors?” vraagt ze. We hebben geen idee waar dat ligt en ze laat ons het eiland op haar telefoon zien. “Jullie kunnen Denemarken onmogelijk verlaten zonder een bezoek aan Mors. Het is de mooiste plek van Denemarken” zegt ze overtuigd. “Jullie zijn welkom in ons huis” voegt ze er snel aan toe. We kijken elkaar snel even aan en weten dat we hetzelfde denken. “Dan hebben jullie zo juist onze route planning gemaakt, wij gaan naar Mors” zegt Zoë vervolgens lachend. Zoë geeft haar een visitekaartje met ons telefoonnummer en zegt dat ze een bericht kunnen sturen met het adres. “Het duurt wel een week voordat we er zijn” voegt Olivier snel toe. We hebben namelijk eerst een andere afspraak aan de oostkust van Jutland.

Drie jaar geleden zeilden we van Spanje naar Brazilië op een zeilboot. De eerste oversteek ging van Gran Canaria naar Kaapverdië, een tocht die Olivier niet snel zal vergeten. Na zeven dagen kwamen we aan in Mindelo, hoofdstad van het eiland Sao Vicente.

Wij lagen bijna een week voor anker en gingen iedere dag naar land om eten te kopen, te wandelen of internet te zoeken in één van de cafés. Er lagen verschillende andere zeilboten voor anker, maar een aantal zeilboten kozen ervoor om aan de steiger te liggen. Veel duurder, maar ook meer luxe. Soms keken we jaloers naar deze boten omdat ze zo makkelijk aan land konden gaan. Op één van de zeilboten zaten drie jongeren, nog jonger dan ons. We spraken de jongelui niet want de steigers was alleen toegankelijk met een pasje. De zeilboot heet Daphne en ze vaarde onder Deense vlag. Een week later lagen we voor anker in Praia, de hoofdstad van het eiland Santiago. Plots horen we op de havenradio “Daphne for port authority, Daphne for port authority”. Even later vaarde de witte zeilboot met de Deense vlag de haven in. Er zijn geen andere zeilboten en geen steiger met luxe dus ze ankeren naast onze boot. In de avond varen wij met de kleine bijboot naar hun boot en kloppen aan bij de jongelui. De kapitein is de 24-jarige Laerke die van Denemarken hierheen zeilde. Onderweg varen er verschillende vrienden en familie mee, steeds voor een periode van een paar weken. Laerke is professioneel windsurfer en deed mee aan de Olympische Spelen in Rio. Na een paar weken met Dieter en Margriet zijn we opgelucht om met Laerke en haar vrienden te praten. In de jaren erna hadden we af en toe contact met Laerke. In één van haar berichten nodigde ze ons uit in Denemarken en eindelijk is het zover, alleen is Laerke op trainingskamp in Spanje.

Een paar dagen later hobbelen we over de laatste meters onverharde weg naar het allerlaatste huis op het puntje van de kaart. “Als dit het huis is, wonen ze echt prachtig” zegt Olivier. Voor ons ligt een prachtige witte boerderij omgeven door bomen en perfect gemaaide gras. De automatische grasmaaier, die bijna iedere Deen heeft, rolt gezapig kriskras door te tuin. Links van het huis zien we een vrouw in de moestuin. Ze lijkt sprekend op Laerke, of omgekeerd, want het is Laerke haar moeder. Hoewel Laerke op trainingskamp is in Spanje, zijn we welkom bij de ouders. De prachtige boerderij is hun zomerhuis waar ze bijna de volledige zomer zijn. Hun vakantie is net begonnen en we zijn net op tijd voor het vieruurtje. Per, Laerkes vader, vraagt waar we willen slapen.

“Er zijn verschillende opties. In het huis, maar vanavond slaapt daar ook een huilende baby, in de schuur of in de tuin. Wij slapen zelf buiten” zegt hij er nonchalant bij. “Buiten?” vragen we in koor. “Ja! Zie je dat kleine hutje daar bij het water?” en hij wijst naar een miniscuul dakje dat bijna verdwijnt tussen het gras. “Slapen jullie daar?” vraagt Zoë enthusiast. “In de zomer slapen we er iedere nacht”. Het hutje is niet meer dan een eenvoudige shelter die we al op een paar van de gratis vrijplaatsen in Denemarken zagen. Er ligt een dikke matras en een dekbed in. Ze hebben een vijfsterren zicht op de zee met een kampvuurtje ervoor. ’s Avonds eten we pannenkoeken bij het kampvuur en slapen zelf in het bed in de schuur.

Van zuidoost steken we helemaal over naar noordwest. Heel af en toe volgen we een kort stukje van de Jutlandroute, maar het grootste deel gaat over één van de vele kleine wegen op de kaart. Denemarken is een perfect land om op eigen kracht door te reizen. Het is allesbehalve vlak, zoals de Noren en Zweden zeggen, en de gratis kampeerplaatsen zijn fantastisch. Een plek vragen in de tuin kunnen we helaas niet meer als excuus gebruiken om mensen te ontmoeten dus heel veel Denen spreken we niet onderweg. Vier dagen later kloppen we aan bij Charlotte en Anne, die ons uitnodigden in Mors. Ze wonen in een oude boerderij met daarbij een gigantische serre gemaakt van oude ramen die ze gekregen hebben als huwelijkscadeau.

Binnen groeien meer dan dertig verschillende soorten tomaten, staan abrikozen bomen, een eettafel, een bank en een houtkachel. Ze hebben de serre zelfgebouwd en het is bijna zo groot als het huis. “Jullie kunnen hierin slapen als jullie willen”. Dat laten we ons geen twee keer zeggen! Ze hebben wel dertig kippen en verpachten hun weiland in ruil voor een halve koe en het gebruik van een paar machines. Wederom voegen we een aantal kenmerken toe aan onze wensenlijst voor ons ideale huis. We hebben de afgelopen vier jaar zoveel inspiratie opgedaan die ons toekomstige huis zal transformeren in een mix van culturen en gewoontes die we onderweg geleerd hebben en van thuis meenemen.

 

De volgende halte op onze route stuurt ons terug naar het binnenland. We stoppen in Aalborg waar Lynn, een rugby collega van Zoë ons heeft uitgenodigd. We stellen ons vertrek steeds met een dag uit en blijven drie dagen omdat het eenmaal zo gezellig is, en het buiten weer regent. Het is zelden dat we aan tafel zitten bij leeftijds genoten en we kakelen er op los. Sinds we de Duitse grens zijn overgegaan, is de zomer kwakkelend met dagelijks lage temperaturen, veel wind en regen. De lage temperaturen zijn perfect om in te skaten, de regen kunnen we meestal net ontwijken en de wind waait vaak in de goede richting. Toch is Denemarken iets te winderig voor ons, maar voor de rest een prachtig land wat ons al een klein beetje het Scandinavië gevoel geeft dat we zoeken in Noorwegen of Zweden. Op een regenachtige zondagavond komen we aan in het troosteloze Hirtshals. Misschien is het niet altijd zo verlaten, maar nu voelt het als een droevige stad die bijna Oost Europees is. Onze ferry vertrekt om half 12 ’s avonds en twee uur later meren we aan in Noorwegen, het beloofde land?

2 Comments

  1. schops lieve schreef:

    Hallo Zoë en Olivier. Tijdens de lockdown had ik 1 voornemen: ik ga mijn bureau eens onderhanden nemen en alles van A tot Z opruimen. Na 4 maanden (en nee, ik heb me niet verveeld :)) was het eindelijk zo ver. Op mijn bureau staat een bakje met daarin interessante kaartjes, info over plekjes voor mijn bucketlist, boekenlijstjes etc… Tijdens het doornemen van dit bewuste bakje kwam ik jullie kaartje tegen. En dan ben ik nieuwsgierig beginnen surfen op jullie website. Wat een fantastisch avontuur. Ik ga de komende weken nog wat verder lezen. Corona heeft aan reizen toch een nieuwe dimensie gegeven vind ik. Wij hebben fijn genoten met de kids van een staycation in de Ardennen en alhoewel mijn wederhelft dit initieel niet zag zitten (onze roadtrip door Kroatië hebben we noodgedwongen on hold gezet), was deze vakantie (voor het eerst kamperen met de kids) een topper. Geniet nog van jullie trip. Met vriendelijke groet, Lieve Schops

  2. wilma schreef:

    Hoi Zoë en Oliver ..het is weer een genot om jullie verhalen te lezen met kriebels in de buik brengt het me terug naar mijn eerst reis naar het buitenland ruim 40 jaar geleden.. welliswaar met auto en tent. Scandinavie nog eens bezoeken op de fiets staat nu wel weer op mijn lijstje…
    Vind de spatborden ook een fantastische vondst ! Zoë, patent waardig 🙂 .. Benieuw wat Zweden jullie brengt. Veel geluk en lieve groet Wilma

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Volg onze reis!

Onze nieuwste verhalen en avonturen wil je niet missen! Laat je email achter en ontvang 10 keer per jaar onze nieuwsbrief!

You don't want to miss our latest stories and adventures! Leave your email and you'll get our newsletter 10 times in a year!

 

Gelukt! Je krijgt binnenkort de eerste nieuwsbrief in jouw mail!