
Verse vis op Ibiza
september 22, 2026Woensdag 19 augustus - Bakkesvea
Om kwart voor twee wordt Zoe wakker met het plotselinge gevoel dat ze diarree heeft en springt uit haar bed om naar het toilet te gaan. Op het toilet voelt en hoort ze een grote ‘plop’. O hemel, wat was dat? Ze doet snel het licht aan en kijkt in het toilet, maar ziet niets. Ze belt meteen naar Olivier, maar hij neemt niet op. Olivier is niet thuis. Hij is op een personeelsfeest een paar dorpen ten noorden van waar we wonen. Hij slaapt in de tent en hij heeft al jaren de gewoonte om ‘s nachts zijn telefoon uit te zetten. Het is nog bijna 6 weken tot de uitgerekende datum dus voor Olivier geen reden om zijn telefoon vannacht wel aan te laten.


Zoë belt haar moeder, die neemt ook niet op. Gelukkig neemt haar zus, Noa, wel op. Als Zoë vertelt wat er gebeurd is, komt er toch een traantje. Ze vermoedt helemaal geen bevalling, ze denkt eerder dat er iets fout is. Noa, die net zelf bevallen is van haar tweede kind, stelt haar snel gerust: dit is een slijmprop. Dat kan betekenen dat de bevalling is begonnen, maar dat is vaak niet zo, het kan ook weken eerder komen. Noa haar woorden zijn fijn en geruststellend. Zij had ook een slijmprop, vijf weken voor haar bevalling. Zoë is gerustgesteld.
Ze blijft uren op het toilet zitten ‘uitlekken’ terwijl ze Olivier probeert te bereiken. Ze weet nu ‘wat’ het is, maar ze blijft twijfelen of ze de huisartspost moet bellen. Ze zoekt het internet af op zoek naar telefoonnummers van Oliviers collega’s. Niemand neemt op. Ze hebben allemaal veel gedronken op het feest en liggen in een diepe, dronken slaap. Zoë stuur een bericht: “Maak Olivier wakker en laat hem me bellen, iets met de zwangerschap.” Inmiddels is Zoë licht onderkoeld dat ze weer naar bed hobbelt met een handoek tussen haar benen. In bed heeft ze last van krampen. Ze begint op te schrijven hoe vaak de krampen komen. Het was een advies van de vroedvrouw dat Zoë instinctief volgt. Na 20 minuten realiseert ze zich: Oei, iedere derde minuut heeft ze een kramp die zo’n minuut duurt. Het is het moment dat ze zich realiseert dat ze misschien toch de huisartspost moet bellen om even te checken of het goed gaat.
“We komen je nu halen met de ziekenwagen.” Zoë zegt nog: “O maar dat hoeft niet, het is maar een slijmprop, op internet staat dat die ook weken eerder kan komen”. “Ja hoor mevrouw, we komen je halen, we zijn over 30 minuten bij je.” Zoe belt Olivier nog drie keer in hoop dat ze toch fout is en zijn telefoon heel misschien aan staat. Maar nee, geen antwoord. Als de ambulance aankomt, heeft Zoë een tandenborstel mee, Lotus, onze kat, buiten gezet en eten gegeven. Het half zeven in de ochtend en Zoë weet dat Olivier ieder moment wakker zal worden en zijn telefoon aan zet. In de ambulance zetten de krampen door. Dat het weëen zijn weet ze inmiddels, maar ze beseft nog steeds niet dat ze zal bevallen.
In het ziekenhuis vraagt ze aan de verpleegster: “Is er nog kans dat ik vandaag naar huis ga?” Met een lieve glimlach zegt de dame: “jij gaat dit ziekenhuis niet meer uit zonder een kind in je armen”.
Gek genoeg is er geen enkele stress. Gewoon een praktisch hoofd. Waarom heeft Olivier nog niet zijn telefoon aangezet? Als Zoë haar eigen kamer heeft en onderzocht wordt, zegt de verloskundige: “Je hebt 2-3 centimeter ontsluiting.” Dan beseft Zoë het. Bij vier centimeter begint de actieve fase van de bevalling, vertelde de vroedvrouw. Ik ben aan het bevallen.


Net voor half 8 belt Bjarte, een collega van Olivier. “Hi Bjarte, ik ben in het ziekenhuis met 2-3 cm ontsluiting, maakt Olivier wakker en zeg dat hij zo snel mogelijk naar het ziekenhuis komt!”
Om half 8 gaat de rits van Oliviers rent open. Het is Bjarte. Met een hese stem en hele kleine oogjes zegt hij: “Zoë ligt in het ziekenhuis met twee centimeter ontsluiting.” Het duurt even voordat Olivier realiseert wat Bjarte zegt. “O shit! Maar dat kan helemaal niet. We vertrekken vrijdag op leiderschapsreis.” “Vergeet dat allemaal even. Jij moet naar het ziekenhuis, nu!” Olivier zet zijn telefoon aan en ziet alle gemiste oproepen en berichten van Zoë. Hij belt onmiddellijk. Zoë klinkt rustig en beseft al veel beter wat er gaat gebeuren. Oliviers praktische hoofd staat dat besef nog in de weg. “Lieffie, geen stress over de reis en het boek. Dat hebben we niet nodig vandaag. Zorg maar dat je zo snel mogelijk hier bent.”
“Heb ik nog tijd om met de fiets naar het ziekenhuis te komen?” vraagt Olivier. Hij is op de fiets naar het personeelsfeest en zou deze middag met een collega terug naar Lillehammer fietsen. Zo’n vier uur op de fiets. “Jij neemt een taxi of iets anders, maar je zorgt dat je zo snel mogelijk hier bent,” zegt Zoë streng.
Oliviers collega’s hebben allemaal een kater en nog steeds te veel alcohol in hun bloed om te mogen rijden. Niemand kan hem naar het treinstation brengen, maar Bjarte geeft snel zijn autosleutel aan Olivier. Op weg naar het ziekenhuis realiseert Olivier zich dat hij vandaag vader wordt. Zoë is aan het bevallen. Het gaat echt gebeuren vandaag. Hij stopt snel thuis om babykleertjes op te halen, extra kleding voor Zoë, zijn laptop en wat eten. De komende dagen blijven we waarschijnlijk in het ziekenhuis. Op weg belt hij Zoë nog een keer. Ze heeft nu drie centimeter ontsluiting. Zoë moet een paar keer de telefoon neerleggen voor een nieuwe wee.


Hij is bijna bij het ziekenhuis en ontspant. Hij is op tijd en kan bij Zoë zijn. Als hij de kamer binnenkomt, zit Zoë op haar knieën naast bed. Ze heeft vier centimeter opening. Er komt net een nieuwe wee op. Ze ziet er vermoeid uit, haar haar wild in een dikke staart. Ze forceert een klein glimlachje. Ja, het is zover, lijkt ze te zeggen.
Om 19u46 is ze daar, Sierra, ruim vijf weken te vroeg, maar gezond en wel. Hallo mama en papa!




