parallax background

Il faut le faire

Tanji fishers
The smiling coast of Africa
april 21, 2017
Baobab
Het binnenland van Gambia
april 29, 2017
 

Senegal - 1 april 2017


Terwijl Zoë vertrok op de grote oversteek over de oceaan, bezocht Olivier in Senegal enkele projecten van Johan Aerts, de buurman van Olivier in Neerpelt. Een fantastische ervaring om te leren hoe dit soort ontwikkelingswerk in het echt werkt. Het opstarten van een project in Afrika vereist veel moed, doorzettingsvermogen en een sterke ruggengraat. Als het lukt is de dankbaarheid ongekend groot. Het is een stap in het onbekende en een ervaring die je nooit vergeet. Zoals Johan het zelf zegt: “Il faut le faire”.

Olivier bezocht drie projecten in de Sine-Saloum delta van verschillende aard. Van de bouw van een worstelarena tot het opzetten van een microkrediet. De projecten hebben vooruitgang in de dorpen gebracht, al waren ze op lange termijn niet altijd een blijvend succes. Een ding is zeker, de initiatieven van Johan worden in de drie dorpen voor altijd op waarde geschat.

Maternité Annemie

In Toebacouta zoek in naar ‘Maternité Annemie’. Het verhaal achter de materniteit is bijzonder mooi. In 2003 kwam Johan voor de eerste keer in Toubacouta en zag met pijn in het hart de staat van het gebouw. Het was net geschikt voor dieren, maar toch baarden er nog steeds vrouwen een kind, met alle risico’s vandien. Hij beloofde de vroedvrouwen om de materniteit opnieuw op te bouwen. Een jaar later was het een feit, gevolgd door een groot feest in het dorp. De dochter van Johan is gynaecologe en verloor haar moeder op jonge leeftijd. Aan het gezondheidscomité van de materniteit vroegen ze toestemming voor de naam Annemie. De inwoners antwoorden met een bijzonder verzoek om aan het eerste geboren meisje de naam Annemie te geven. En zo geschiede het dat de dochter van Johan de bevalling van het eerste kind begeleide, gedoopt Annemie.



Investeringen van mensen zoals Johan maken een wereld van verschil, maar het is geen garantie dat het dorp daarna zelf stappen zet in de verdere ontwikkeling.

Ik vraag naar de materniteit, maar de naam zegt de mensen niet zoveel, maar als ik zeg “maternité en cours de rénovation” weten ze het direct. In de jaren na de bouw ging het snel achteruit met de materniteit. Onderhoud, alhoewel alle materialen door Johan werden voorzien, gebeurde niet en het verpauperde terug in de oude staat. Twee jaar geleden kwam er een nieuwe financierder uit de bus die de redding van de sloop zou kunnen zijn. Tijdens het laatste bezoek van Johan begin dit jaar oogde de materniteit nog steeds een krot, maar nu krioelt het van de mensen met bouwhelmen en verfborstels in de aanslag. Annie en André Vivaldi zijn eind januari aangekomen om de laatste fase van hun lange voorbereiding te voltooien, de echte renovatie. Met hulp van lokale jongeren werd heel wat werk verzet en vooral de laatste week gaat het hard. Twaalf jongeren van een lycée uit Marseille zijn tien dagen hier als uitwisselingsproject. Samen met jongeren uit Toubacouta werken ze in recordtempo de renovatie af. De naam van de maternité blijft behouden en volgende vrijdag, 7 april, wordt de materniteit officieel geopend, wederom gevolgd door een groot feest.

Gelukkig stopt het hierna niet. Twee groepen uit een ander lycée houden zich bezig met het volgende deel. Eentje voor de logistiek, de ander vanuit de verzorgingshoek. Een project als dit laat zien dat de continuïteit van de ontwikkelingshulp niet vanzelfsprekend is. Investeringen van mensen zoals Johan maken een wereld van verschil, maar het is geen garantie dat het dorp daarna zelf stappen zet in de verdere ontwikkeling. Onderhoud en zorgen dragen gebeurt vaak niet waardoor slechts weinig projecten een langdurig succes zijn. Voor onderhoud is vaak geen geld en kennis waardoor de verwaarlozing snel toeslaat. Een vrouwengemeenschap zorgt alvast dat het opgeruimd blijft, nu nog hopen dat de hele materniteit een langer leven voor zich heeft.

Keur Aliou Geuye

Vanuit Toubacouta vertrekt de lange zanderige weg tot in de brousse. Het dorp is net ontwaakt en de warmte begint aan zijn opmars. Om zeven uur ’s ochtends is het nog een beetje koel, al is dat relatief ten opzichte van de veertig graden later op de dag. De motortaxi’s verklaren mij voor gek als ik zeg “je vais à pied”, maar ik geniet van de wandeling door de rode aarde, de rondvliegende zazou’s en de nieuwsgierige apen in het bos. Bij binnenkomst in het dorp staat een verroest metalen bord. Vaag zijn de Senegalese en Belgische vlag zichtbaar, met daaronder een nauwelijks leesbare tekst:


Les jardins Aliou Gueye
Initiateurs Bailleurs de Fonds
Johan Aerts Maryke Aerts

In dit dorpje heeft Johan zo’n tien jaar geleden een project opgestart. Ik zoek een schooltje, een groentetuin en fruitplantage, maar eerst een man die de Franse taal machtig is. De eerste pogingen zijn vruchteloos, maar bij de derde heb ik geluk. Zijn zoon, Babou, is leraar in de school en werkte samen met Johan voor de bouw van het schoolgebouw. Babou is vereerd met mijn komst want ook al hebben ze tegenwoordig weinig contact, de naam Johan is gezegend in dit dorp. Met zijn kleurrijke outfit en tak als geïmproviseerde tandenborstel, oogt hij wat flamboyant, maar is het vast een leuke leerkracht.

Toen Johan er voor de eerste keer kwam, zaten er ongeveer 27 kinderen op school, zonder enig materiaal en slechts één onderwijzer. Stelselmatig hebben ze drie klassen bijgebouwd omdat er zo steeds meer en meer kinderen naar school kwamen. Op een bepaald ogenblik zaten er zelfs 220 kinderen in de school, begeleid door vijf onderwijzers. Toen Johan op een bepaald moment terugkeerde naar het project bleken er nog maar 80 kinderen op school te zitten. Al de andere kinderen gingen naar de koranschool waar ze verplicht de koran in het Arabisch moeten leren. Johan bedacht een slimme zet en overtuigde de maitre arabe om ook de leerlingen op de school de koran te leren. Hij hapte toe en zo kwamen al zijn leerlingen ook naar de normale school. Hiervoor kreeg hij een jaarloon van €250.

Het schoolgebouw ziet er nu redelijk uit. In de klassen zijn veel stoeltjes en tafels stuk, maar het bord hangt aan de muur, dat is toch ook al wat. Er zitten dit schooljaar 39 kinderen in de klas van Babou, verdeeld over twee niveaus. Opvallend is het grote aantal jongens ten opzichte van meisjes (27 ten opzichte van 12). Volgens Babou gewoon toeval want tegenwoordig verdient iedereen dezelfde kans. In het dorpje zie je evenveel jongens als meisjes rondlopen wat doet vermoeden dat het niet zo is. Alle jongens in Senegal spreken Frans, bij de meisjes is dat veel minder het geval. Op het schoolplein staan verschillende gevlochten constructies waarin een jong boompje aan het groeien is. Elke leerling verzorgt er één, op een vaste afgesproken dag.

Achter het schoolgebouw ligt de oorspronkelijke groentetuin van een hectare. Deze is destijds aangelegd en voorzien van twee waterputten om de kinderen te leren zaaien, oogsten en onderhouden. De begeleiding liep niet goed en het project werd tot driemaal toe opnieuw opgestart, uiteindelijk tevergeefs. In de groentetuin werden bij de start mango- en cashewbomen geplant om schaduw te geven aan de planten. Deze staan er nog wel en zijn uitgegroeid tot volwaardige bomen die veel vruchten geven waarvan de opbrengsten naar de school gaan. Zo is het uiteindelijk toch een succes.

In het dorp creeerde Johan ook een fruitplantage van 6 hectare. Een lokale boer stelde zijn grond beschikbaar en kreeg in ruil sponsoring voor zijn bedrijfje. Ze hebben vier waterputten en verschillende basins aangelegd en vervolgens maar liefst 1500 fruitbomen geplant met als doel lokale werkgelegenheid en een spaarpot voor de school. Johan overtuigde negen enthousiaste vrienden om gedurende drie jaar het loon van een Senegalese arbeider te betalen die kon werken op de fruitplantage. Zijn maandloon: €30. De arbeiders bouwden de omheining en gaven de bomen drie maal per dag water. De zon deed de rest en dit werd een grandioos succes met werkgelegenheid voor tien gezinnen uit het dorp. Er ligt nu een schitterende plantage met mango’s, limoenen, citroenen, granaatappels en banenen. 50% van de opbrengst is voor de boer, 50% voor de school en het betalen van de maitre arabe. Met de opbrengsten van de plantage betaalt de boer nu het loon van de arbeiders zodat het oorspronkelijke doel, zelfbedruipende projecten, gelukt is. Helaas houdt de boer zich de laatste tijd niet goed aan de afspraak en moet Johan dringend ingrijpen.

Zo zie je dat het enthousiasme van een persoon heel wat anderen kan overtuigen. Samen met de negen vrienden bezochten ze regelmatig de fruitplantage, soms zelfs tweemaal per jaar. En een van de schoolgebouwen werd gesponsord door een andere goede vriend, Rik. Enthousiasme, wilskracht en een helder doel, dat inspireert!

Microkrediet in Sokone

Geschiedenis

In 2008 heeft Johan 2.000.000 CFA gedoneerd om het microkredietproject op te starten zodat verschillende vrouwen met een kleine lening konden werken aan een betere toekomst. Een deel van het geld, zowat een derde, is gebruikt om materialen te kopen, zoals grote tumbelaars om arachideolie van te maken. De rest van het geld werd verdeeld onder de vrouwen in de vorm van een microkrediet, variërend van €25 tot €50. Het opzetten en onderhouden van dergelijk systeem is complex en vooral tijdrovend. Yandé was er verantwoordelijk voor, maar geeft onmiddellijk toe dat het voor haar te moeilijk was. Ze heeft niet de juiste opleiding om het goed te begeleiden en vooral aan de administratie had ze een hele kluif. Bijna vijftig vrouwen die maandelijks een bedrag moeten terugbetalen en dat doen ze, uiteraard, niet op dezelfde dag. Toch werkte het project erg goed en konden veel vrouwen iets produceren en zelfs wat sparen voor het gezin.

In 2012 overleed de zoon van Yandé en viel het project stil. Nadat ze het verwerkt had, pakte ze de draad terug op en zocht de samenwerking met de organisatie ‘Caurie MF’, gespecialiseerd in microkrediet. Dat maakte voor haar een wereld van de verschil. De onregelmatige betalingen werden plots gestructureerd. De vrouwen kregen allemaal een carnet, letterlijk een spaarboekje, waarin alle betalingen vermeld staan. Maandelijks op de eerste dag van de maand is het betaaldag en iedereen is present. In grote logboeken worden alle bedragen keurig bijgewerkt en Caurif MF zorgt steeds voor goede begeleiding op de maandelijkse zittingen. Yandé is benoemd tot president van de vrouwengemeenschap en heeft nu tijd om te focussen op het zoeken van nieuwe partners en op vele andere initiatieven waar ze van droomt.

Nieuwe aanmeldingen

De vrouwen in Sokone kunnen een krediet krijgen om zo hun eigen geld bijeen te sparen. De enige voorwaarden: afkomstig zijn uit de wijk, de Senegalese nationaliteit en meerderjarigheid. Toch komt niet zomaar iedereen er in. Op dit moment draaien er 85 vrouwen mee en iedereen die erbij wil, heeft toelating nodig van de groep. De vrouwen zijn onderverdeeld in verschillende groepen van zo’n 18 personen. Een potentieel nieuw lid solliciteert bij de groep en krijgt een klein budget uit de groep om vijf maanden te leren hoe het werkt. De groep begeleidt de nieuweling en leert haar over het terugbetalen en omgaan met geld. Na vijf maanden beslist de groep of de nieuweling capabel is. De werkwijze is voor de groep erg belangrijk want als iemand zijn krediet niet terugbetalen kan, draait de hele groep op voor de kost. Na toelating door de groep, krijgt de nieuwe vrouw haar eigen carnet en de maximale lening van 50.000 CFA. De lijst met geïnteresseerden is groot. Elke maand zijn er een paar vrouwen die worden toegelaten, de rest staat op de wachtlijst.



Tijdens de grote bijeenkomst werd er 12 miljoen CFA op tafel gelegd, omgerekend zo’n €18.000, dat vervolgens verdeeld werd over alle vrouwen.

Zo werkt het

Het systeem werkt in cycli van zes maanden. Aan het begin van de cyclus krijgen alle vrouwen een bepaald bedrag. De eerste keer is dit maximaal CFA 50.000, maar de vrouwen kunnen zelf kiezen hoeveel. Na zes maanden betalen ze het krediet terug, inclusief de rente van 10%. Elke maand betalen betalen ze verplicht minstens CFA 3.500, waarvan CFA 2.500 naar de spaarrekening gaat en CFA 1.000 naar de groepskas. Op deze manier proberen ze de vrouwen te leren sparen en slim om te gaan met het geld. Op basis van het gespaarde bedrag krijgen ze de volgende periode een hoger bedrag. Zo zijn er vrouwen die wel CFA 500.000 krijgen op dit moment. De transactie wordt genoteerd in het carnet en het grote logboek en vervolgens getekend met een vingerafdruk. Het gespaarde bedrag staat op een lokale bank, de Salam, waar ze de rente van 10% aan moeten betalen.

70% van het krediet gebruiken de vrouwen voor het kopen van een voorraad. Meel of mais zijn op dit moment goedkoop, maar in het regenseizoen stijgt de prijs en verkopen de vrouwen hun voorraad met winst. De overige 30% gebruiken ze om permanent handel te drijven. Zo reizen verschillende vrouwen bijna wekelijks naar Mbour of Kaolac om gedroogde vis en groenten te kopen, die zijn goedkoper daar. Bij elke maandelijkse bijeenkomst kunnen ze extra krediet krijgen. Deze komt uit de eigen gemeenschapsrekening en moet de volgende maand worden terugbetaald.

In april 2017 startte de vierde cyclus waarbij 85 vrouwen nieuw krediet kregen. Tijdens de grote bijeenkomst werd er 12 miljoen CFA op tafel gelegd, omgerekend zo’n €18.000, dat vervolgens verdeeld werd over alle vrouwen. De gemeenschap heeft zelf bijna 4 miljoen CFA op de spaarrekening, maar de Salam verdrievoudigd de beschikbaarheid van het krediet, wat de mogelijkheden voor de vrouwen enorm vergroot. Uiteraard komt hier een grotere verantwoordelijkheid en betere organisatie bij kijken. De administratie gebeurt nauwkeurig door vijf personen en aanwezigheid bij de bijeenkomsten is verplicht. Een bijeenkomst als deze duurt al snel vier uur en wordt meestal gecombineerd met de presentatie van een nieuwe partner of mogelijke samenwerking. Tijdens de sessie van vandaag vertelt de organisatie Energy4Impact over de mogelijkheden van zonne-energie en biogas. Ze doneren bijna honderd energiezuinige kolenkachels die de vrouwen later op de kunnen kopen voor het symbolische bedrag van CFA 2.500. Het geld dat de gemeenschap hiermee verdient, gebruiken ze om bepaalde kosten te kunnen betalen voor de groep, zoals het vervoer van cashewnoten en andere producten. Over de rest van het geld dat overblijft in de gemeenschapskas beslissen ze elke vijfde maand gezamenlijk wat ze ermee doen.

De zaken gaan soms niet altijd goed zodat de vrouwen zelf kunnen kiezen om een periode geen krediet op te nemen uit de kas. Ze stappen in feite even uit het project, maar kunnen de volgende periode terug aansluiten, al is dat wel onder de belofte om beter hun best te doen. Soms moet een vrouw noodgedwongen het project verlaten, zoals een ziekte. De openstaande schuld betalen alle andere vrouwen wat de kracht en solidariteit van zo’n gemeenschap laat zien.

Trainingen

Bijna alle vrouwen zijn ongeletterd en nooit lang naar school geweest. Ze krijgen plots een hoop geld en moeten handel drijven om te zorgen dat ze alles na zes maanden kunnen terugbetalen en liefst winst maken voor in de spaarpot. Hiervoor krijgen alle vrouwen een verplichte training waarbij ze alles leren over het omgaan met geld,het leggen van voorraden en het verkopen van producten. Daarnaast leren ze de basis van lezen en schrijven om hun eigen carnet te kunnen lezen en prijzen te kunnen schrijven op de producten. Toch is er geen controle op de producten die de vrouwen kopen met het geld. Doordat alle vrouwen uit dezelfde wijk komen en problemen met terugbetalen ten laste komen van de groep, is er een grote sociale controle. De uitgebreide testperiode en training zorgen ervoor dat de juiste vrouwen geselecteerd worden. Amie zegt direct “ik doe alles om het bedrag terug te kunnen betalen, want anders krijg ik volgende keer niets meer!”. Het resultaat is dat er nauwelijks problemen zijn met terugbetalingen. Tot nu toe zijn er twee vrouwen uit het programma gezet door slecht betaalgedrag.

Niet alle vrouwen kunnen mango’s verkopen en cashewnoten pellen. Ze moeten diversifiëren in de ambachten en ook hiervoor organiseren ze trainingen. Zo leren ze het maken van zeep, granen, vruchtensappen en patisserie. Toch zijn al deze trainingen erg duur. Ze zijn meestal vijf dagen en kosten per deelnemer CFA 3.000 per dag voor het eten en CFA 50.000 voor het inhuur van de trainer. Zelf de trainingen verzorgen is bijzonder moeilijk. Van de 85 vrouwen zijn er tien naar school geweest, waarvan er drie in staat zijn om goed te lezen en te schrijven. Ze zijn afhankelijk van donateurs en partners die bereid zijn om de trainingen te betalen.


Evaluatie

Een gestructureerde evaluatie is voor Yandé te ingewikkeld en veel werk. De vele positieve signalen van de vrouwen zijn voor haar een bevestiging van het succes. Met het gespaarde bedrag hebben de vrouwen de school van de kinderen kunnen betalen of hebben ze een koelkast gekocht. Amie bevestigt dit. Ze zegt “vroeger deden we als vrouwen niets anders dan koken, thee drinken en hadden we niet veel, maar nu heeft bijna iedereen in de wijk werk”. Tijdens de bijeenkomst valt op dat bijna alle vrouwen er goed en verzorgd uitzien, toch een bewijs dat ze het niet slecht hebben.

Voor Yandé is er na jaren van ontzettend hard werken en veel tegenslagen eindelijk wat rust. Het programma draait goed en maandelijks stijgt het kapitaal van de groep. Af en toe krijgen ze geld van een nieuwe donateur, maar toch is haar droom dat haar gemeenschap zelfvoorzienend is. De hulp van donateurs is vaak een paradox. Het geld is hard nodig, maar de bijhorende verantwoordelijkheid is voor Yandé lastig. Zij is het aanspreekpunt voor de donateur, die graag altijd wil weten hoe het met zijn centen gaat. Bij een kleine tegenslag is Yandé verantwoordelijk, wat vaak leidt tot een klein conflict. Als je kijkt naar het werk dat ze verzet, is dit niet terecht, maar naar die kant van de medaille kijken wij, als Westerse donateurs, vaak niet. In Sokone zijn de vrouwen Johan enorm dankbaar. Zonder hem zou dit project niet mogelijk zijn en dat vergeten ze nooit!

Worstelarena in Sokone

Worstelen in de nationale sport in Senegal. Deze sport refereerde ik eerder met landen uit het Midden Oosten of Japan, maar ook hier is het razend populair. Een worstelwedstrijd bezoeken is een van de meest bijzondere belevenissen die ik tot nu toe meegemaakt heb, ooit! In Sokone, in dezelfde wijk waar het microkrediet draait, Mboul Diame, heeft Johan een worstelarena gebouwd. Normaal werden bij elke worstelwedstrijd verschillende bomen gekapt om een houten afrastering en tribune te bouwen. Met de worstelarena was er een faciliteit waarmee de wijk grote toernooien kon organiseren. In de beginjaren waren er verschillende toernooien, maar helaas dateert het laatste gevecht uit het voorjaar van 2016.


Waar vroeger zakken rijst of honderd duizend franken volstonden, is dat nu een paar koeien en soms een paar miljoen frank.

De arena ziet er droevig uit, aangetast door het zout en de wind. Af en toe wordt deze gebruikt voor een kermis of een feest van een school, maar een worstelwedstrijd organiseren, lukt helaas moeilijk. Als belangrijkste redenen geven de mensen de locatie en het geld aan. De wijk ligt buiten het centrum van Sokone en is toegankelijk via een brug, maar de weg op de brug is in erbarmelijke staat zodat de verplaatsing voor veel mensen niet aantrekkelijk is. Daarnaast is het prijzengeld van worstelwedstrijden tegenwoordig enorm gegroeid. Waar vroeger zakken rijst of honderd duizend franken volstonden, is dat nu een paar koeien en soms een paar miljoen frank. Zonder dit prijzengeld komen de worstelaars niet naar het gevecht en is het toernooi op voorhand al mislukt. Daarom organiseren ze tegenwoordig liever een worstelwedstrijd midden in de stad in een geïmproviseerde arena. Een derde reden ligt iets dieper in de wijk. Als de organisatie toch een succes is, valt er een mooie som geld te verdienen en dat wordt vaak niet gegund. Yandé geeft aan dat ze geprobeerd hebben om nog een gevecht te organiseren, maar de tegenwerking van bepaalde mensen uit de wijk maakten het onmogelijk. De kans dat er in deze arena opnieuw grote gevechten zullen plaatsvinden, is niet meer zo groot. []

3 Comments

  1. lieve zegt:

    Prachtig!

  2. […] eerste week bezoek ik een aantal projecten van mijn buurman uit België (Il faut le faire). Toubacouta is de eerste stop. Volgens de reisgidsen is het de mooiste plaats om de Sine-Saloum […]

  3. Ellen zegt:

    Je blog heb ik natuurlijk direct na plaatsing vol waardering gelezen maar kennelijk uit het oog verloren door het nazoeken van gebruikte franstalige termen.
    Het is bijzonder dat je na een afscheid van Zoë van zo dichtbij de beschreven projecten hebt kunnen meemaken. Ik hoop dat je de opgedane kennis kunt uitwerken en gebruiken in het wereldbeeld welke je hebt en richting geeft aan de doelen die je nastreeft.
    Liefs Ellen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

WeLeaf voor pop up

Volg onze reis!

 

 

Wil jij ook over onze nieuwe verhalen, avonturen en duurzame projecten lezen? Laat dan hier je email achter en ontvang zo nu en dan een nieuwe update!

 

Gelukt! Je krijgt binnenkort de eerste nieuwsbrief in jouw mail!